130,0 ha. EUR 1.200.000,-   Te koop   Akkerbouw

Boussac, Aquitaine-Limousin-Poitou-Charentes, Frankrijk


Goede boerderij in Centraal Frankijk
Akkerbouw- en zoogdierenboerderij indien gewenst)

Regio Creuse / Canton Boussac / Regio Nouvelle-Aquitaine

Grond

130 ha (inclusief ca. 125 ha bouwland en 6 ha bos / weide)
Deze gebieden bevinden zich hoofdzakelijk in 2 percelen rond het landgoed
Zelfjacht momenteel niet verhuurd

Teelt
Alle gewassen behalve suikerbieten

Grond
Komt overeen met 65 BP

Irrigatie
Geen irrigatie, regenval in een 10-jarige vergelijking ongeveer 600 - 700 mm

Woning
Geen woonhuis.
De huidige eigenaar verblijft in het woonhuis, dat zich op een apart perceel bevindt

Gebouwen
Alle benodigde boerderijgebouwen

Veestapel
Momenteel verkocht

Premies
Volledig recht op EU premie

Prijs
€ 1.200.000, - (zonder dieren, bouwen gratis)

Gebruikelijke extra kosten

Fabrieks nieuwe hal € 65.000,-

Overname van de machine niet vereist

Duitse eigenaar helpt bij de overname, werkt momenteel nog en woont op het terrein

  • id
    1351
  • Prijs
    EUR 1.200.000,- EUR > EUR
  • Grootte
    130,0 ha.
  • Type
    Akkerbouw
  • Land
    Frankrijk
  • Gebied
    Aquitaine-Limousin-Poitou-Charentes
  • Plaats
    Boussac

Interfarms

Over Frankrijk

Frankrijk is met een oppervlakte van 551.700 km² het grootste land van West-Europa. Het land is 13,5 keer zo groot als Nederland. Het Kanaal, Belgiё en Luxemburg vormen de noordelijke begrenzing van Frankrijk. In het oosten grenst het land aan Duitsland en Zwitserland, in het zuiden aan Italië, de Middellandse Zee, Spanje en Andorra. De westelijke grens wordt bepaald door de Atlantische Oceaan. Frankrijk is topografisch bijzonder gevarieerd. Bijna tweederde van het oppervlakte bestaat uit glooiende en heuvelachtige laagvlakten. In 2011 telde Frankrijk inclusief de overzeese departementen 65 miljoen mensen. De gemiddelde bevolkingsdichtheid in Frankrijk is 111 inwoners per km². Dit is vrij weinig in vergelijking met Nederland waar de gemiddelde bevolkingsdichtheid 452 inwoners per km² is. In Frankrijk zijn de regionale verschillen in dit opzicht groot. Zo heeft Parijs ruim 20.000 inwoners per km², terwijl de provincie Gard maar op 91 inwoners per km² uitkomt. Ile-de-France en Nord-Pas-de-Calais zijn de enige regio's met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van meer dan 200 inwoners per km². De landbouw speelt een grotere rol dan in de economieën van de meeste andere industrielanden, wat gedeeltelijk te verklaren is uit de betrekkelijk lage bevolkingsdichtheid en uit het belang dat aan het platteland wordt toegekend voor de nationale identiteit. Fransen en Nederlanders verschillen op een aantal punten behoorlijk van elkaar. Vooral op het gebied van de arbeid zijn er grote verschillen. Nederlanders hebben zich van oudsher intensief beziggehouden met zeevaart en internationale handel. Bij de Fransen is het anders gegaan, de grond in Frankrijk was en is bijna overal rijk en vruchtbaar en de Franse boer is ook altijd zeer gehecht geweest aan deze grond.

In 1945 is het Franse stelsel van sociale zekerheid, dat gebaseerd is op het principe van de verdeling ingevoerd. Binnen de Franse sociale zekerheid kan onderscheid worden gemaakt in een regeling voor werknemers en een regeling voor de zelfstandigen. De algemene regeling voor werknemers omvat een ziektekostenverzekering, een verzekering voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, invaliditeit, pensioenen en overlijden, werkloosheidsuitkeringen en gezinstoelagen. Iedereen die gesalarieerd is, zit in het ziekenfonds en heeft een Numero de Securité Sociale, wat hetzelfde is als ons registratienummer. Voor zelfstandigen is er een gemeenschappelijke ziektekostenverzekering, maar de pensioen-, invaliditeits-en nabestaandenverzekeringen zijn per beroepsgroep geregeld. Zelfstandigen ontvangen net als werknemers gezinstoelagen, maar hebben geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Het systeem van de zelfstandigen hangt van de Franse staat af. Voor agrariërs is dit de M.S.A. (Mutualité Sociale Agricole, berekend volgens de belastingopgave). Doordat 60 % van de beroepsbevolking uit vrouwen bestaat (tijdens de WO1 kregen vrouwen een volwaardige plaats in het arbeidsproces), zijn de voorzieningen voor dagopvang voor kinderen goed geregeld. Vanaf drie jaar kunnen de kinderen naar de kleuterschool (la maternelle). Het basisonderwijs (école primaire) begint voor kinderen van zes jaar en eindigt op elf jarige leeftijd. Hierna is er het verplichte voortgezet onderwijs (école secondaire), dat bestaat uit een vier jarig programma. Het aansluitende "enseignement supérieur" is vergelijkbaar met Nederlands onderwijs op universitair en hbo-niveau. In 1905 is de scheiding tussen kerk en staat bij de wet vastgelegd. Van de bevolking is 64 % Rooms-Katholiek. Het protestantisme heeft een aanhang van 2 % en 6 % is moslim. De rest van de bevolking is niet kerkelijk.

Frankrijk vertoont sterke variaties in klimatologische omstandigheden, die samenhangen met de naar het oosten afnemende invloed van de Atlantische oceaan, de invloed van de Middellandse Zee in het zuidoosten en de aanwezigheid van gebergten. Als gevolg van de langzame verwarming van het zeewater in het voorjaar en de langzame afkoeling in het najaar, is de temperatuur langs de kust in het najaar vaak belangrijk hoger dan in het voorjaar. Hoewel het grootste deel van Frankrijk een gematigd klimaat heeft liggen de waargenomen temperatuurextremen toch ver uiteen. De meeste neerslag valt langs de westkust, op vele plaatsen meer dan 1000 mm per jaar, met een maximum in het najaar. In het zuidoosten van Frankrijk, Avignon en Marseille, valt de minste neerslag, jaarlijks 600 mm. De hoeveelheid neerslag wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aanwezigheid van gebergtes. Sneeuw van betekenis komt bijna alleen in de bergen voor. Het aantal uren zonneschijn neemt in het algemeen toe als men de Middellandse-Zeekust nadert, vooral gedurende de zomermaanden. De windrichting is overwegend westelijk met daarnaast een voorkeur voor noordelijke richtingen. Tijdens een noordelijke wind komt in het Rhônedal de mistral tot ontwikkeling. Andere lokale winden zijn de föhnachtige autan en de koude noordelijke bise.

Door de verschillen in het klimaat is de teelt van zeer veel verschillende landbouwproducten mogelijk. Frankrijk bezit 320.000 km² cultuurgrond (± 60 % van de totale landoppervlakte). Hiervan is ± 53 % akkerland, ruim 41 % blijvend grasland en bijna 5 % is bedekt met blijvende gewassen zoals fruit, olijven en wijngaarden. Het aandeel van de agrarische sector in het BBP en de werkgelegenheid mag dan afnemen, maar de invloed van de sector op de politiek (tijdens de GATT-onderhandelingen bijvoorbeeld) blijft naar verhouding groot. Het economisch welzijn van hele provincies staat of valt immers met het winstgevend kunnen produceren en verwerken van landbouwproducten. De landbouwproductie is tot nu toe merendeels grootschalig.

Melkveehouderij

De melkveehouderij in Frankrijk wordt vooral in Bretagne en Normandië uitgeoefend. Hier zitten dan ook de meeste bedrijven waar full-time werk voor de agrariër op het bedrijf aanwezig is. In 2007 telde Frankrijk 94.000 melkveehouders. De gemiddelde bedrijfsgrootte van deze bedrijven is 50 ha, met een melkquotum van 250.000 kg. De melkveebedrijven zijn hoofdzakelijk gemengd. Maïs wordt veel verbouwd voor de eigen ruwvoervoorziening en heeft een veel groter aandeel dan gras. Granen worden veel verbouwd omdat o.a. het stro goed gebruikt kan worden in de potstallen, waarvan er nog veel te vinden zijn in Frankrijk. De bedrijven hebben vaak een riant woonhuis, waar diverse generaties, gezamenlijk in wonen.De machines die op het bedrijf aanwezig zijn, zijn vaak alleen die machines die veel gebruikt worden. Wanneer een agrariër gebruik wil maken van een machine die vrij duur is, kan hij/zij zich aansluiten bij een "C.U.M.A." (Coopération d'Utilisation Matérial Agricole). Dit is een werktuigencoöperatie waar iedereen, afhankelijk van het aantal hectares, een deel van de kosten van de machines betaalt. Het quotum van de Franse boer is niet los te verhandelen, maar is grondgebonden. De agrariër weet dat het quotum voor anderen wel waarde heeft, zodat bij verkoop van land de grondprijs soms iets wordt verhoogd. Bij de verkoop van een los perceel kan een afromingspercentage m.b.t. het quotum worden gehanteerd van 10 % tot 50 %, afhankelijk van de situatie van de ondernemer. De melkcommissie van het departement beslist het uiteindelijke afromingspercentage. Doordat het klimaat in Bretagne en Normandië milder is dan in Nederland, kan het vee een stuk langer buiten blijven lopen. Dat de koeien negen maanden buiten kunnen blijven is geen uitzondering.

Akkerbouw

De vruchtbaarste landbouwzones komen voor op de leemplateaus van het Bekken van Parijs en in het noorden (tarwe, suikerbieten, koolzaad, vlas). Ook de Elzas, de grote riviervalleien en de geïrrigeerde zones in het zuiden zijn rijke landbouwgebieden. De haver- en gerstteelt is meer verspreid; behalve in de hierboven genoemde gebieden is zij ook elders in Noord-Frankrijk belangrijk. Maïsteelt komt voor in Acquitaine en Langedoc. Tuinbouw is vooral gelokaliseerd in de valleien van Loire, Garonne, Rhône en langs de Middellandse zeekust. De voornaamste wijngebieden zijn te vinden langs de oevers van de Rhône, de Garonne en de Loire, op de hellingen van Alsace, Champagne en France en in het westelijk Middellandse Zeegebied. De cultuurgrond in Bretagne en Normandië is van goede kwaliteit maar zeer divers. Sommige percelen zijn steenrijk, terwijl op andere percelen geen steen te vinden is. Het gebied is vrij glooiend, zonder de bedrijfsvoering in gevaar te brengen. Dit kan mooie vergezichten tot gevolg hebben.De prijs die men voor een hectare grond moet betalen is afhankelijk van de kwaliteit, maar ligt voor goed land globaal tussen de € 3.000,- en € 20.000,-De pachtprijs in Frankrijk voor een hectare grond ligt tussen de € 150,- en € 300,-.