176,0 ha. DKK 29.975.000,-   Te koop   Melkvee

Brørup, Zuid Jutland, Denemarken


Objectnummer:

3438

Ligging:                                       

Biologisch melkveebedrijf in de gemeente Vejen tussen Lindknud en Bække.

Kjeldbjergvej 7, 6650 Brørup

Grond:

176 ha hiervan 155 ha ploegbaar land, 7 ha blijvemd grasland en 8 ha bos. Het land kan beregend worden.

Woning:

Bouwjaar 2009 en 284 m2. Indeling: eetkamer, 2 woonkamers, badkamer en boven 4 kamers en badkamer. Kelder. Appartement in de oude stal

Gebouwen:

Ligboxenstal van 1998 met 123 ligboxen plus stroafdeling. Melkstal 2x 8 DeLaval. Jongveestal van 1999 met plaats voor 100 vaarzen op stro. Voerschuur/machineloods van 2009 met 3 sleufsilo´s  4 kalverhutten met plaats voor 6 kalveren in elk. 3 mobiele wagens met 6 enkel hutten op elk.

Veestapel:

142 koeien, plus 133 st jongvee. RDM en kruisingen. Produktie 9.350 kg EKM. CHR nr 45233

Premies:

162,63 algemene toeslagrechten

Milieu:

2 mestsilo´s, 3 sleufsilo´s

Machines:

Bijbehorend machines waaronder o.a. 3 trekkers, verreiker, 2 beregenings machines, voermengwagen, melktaxie, strooimachine, kuilsnijder,

Vraagprijs:

29.975.000 kr

Biologisch melkveebedrijf met 176 ha en 142 koeien. 2 x8 melkstal DeLaval

  • id
    1303
  • Prijs
    DKK 29.975.000,- DKK > EUR
  • Grootte
    176,0 ha.
  • Type
    Melkvee
  • Land
    Denemarken
  • Gebied
    Zuid Jutland
  • Plaats
    Brørup

Interfarms Denemarken

Varde

Hans de Vries / Dick Millenaar

Over Denemarken

Denemarken is één van de oudste koninkrijken ter wereld. Denemarken bestaat uit het grote schiereiland Jutland en enkele grote eilanden. Het eiland Funen is via een brug met Jutland verbonden. Het eiland Sjaelland is verbonden met Funen d.m.v. een tunnel en een brug. Hiernaast behoren Groenland en de eilandengroep Faeröer tot de staat Denemarken. De hoofdstad Kopenhagen is gelegen op het eiland Sjaelland. De enige landgrens is die met de Duitse deelstaat Schleswig-Holstein. Sinds kort is er een brug tussen Denemarken en Zweden. Voor het overige wordt Denemarken omringd door de Noordzee (westen), het Kattegat tussen Jutland en Zweden en de Sont tussen Sjaeland en Zweden. De hoofdstad Kopenhagen is gelegen aan de zee de Sont en telt ongeveer anderhalf miljoen inwoners. Deze havenstad is het handelscentrum voor o.a. industrie, brouwerijen (Carlsberg, Tuborg) en de scheepsbouw (Maersk). Denemarken telt ca.5,5 miljoen inwoners. Dit houdt in dat er gemiddeld op één vierkante kilometer 123 mensen wonen. Meer dan de helft van de Denen wonen op de eilanden ten oosten van Jutland, ongeveer een kwart van de bevolking woont in of rond de hoofdstad Kopenhagen. Op dit moment woont ruim 80% van de bevolking in de steden, dit aantal zal verder toenemen als gevolg van de industriële groei.

Sociale premies worden betaald via de belasting. Men hoeft hierdoor geen schoolgeld, geen ziekenfonds en geen AOW-premies af te dragen. Kinderen zijn in Denemarken tussen hun 7e en hun 16e jaar leerplichtig. Vanaf hun derde kunnen ze naar een børnehave (soort kleuterschool), vanaf hun zesde kunnen ze naar het voorbereidende jaar voor de grondschool (basisschool). De meeste dorpen beschikken over een school. De grondschool duurt negen jaar, waarna het mogelijk is de tiende klas te kiezen, die zich dan vaak in de hoofdplaats van de gemeente bevindt. De meeste kinderen (93%) gaan naar de folkescholen, die gratis zijn. Volgens de huidige grondwet is de Evangelisch-Lutherse kerk de Deense folkekirken (= volkskerk) en als zodanig wordt deze gesteund door de staat. Ca. 95% van de Denen is lid van de Folkekirken. Behalve leden van Folkekirken leven in Denemarken ongeveer 6500 roomskatholieken, 700 hervormden, 6500 baptisten. Deze kerken zijn door de Deense staat erkend.

Denemarken heeft net als Nederland een zeeklimaat. Het klimaat verschilt dan ook niet veel met die van Nederland. Gemiddeld valt er per jaar zo’n 664 mm neerslag, de helft valt tussen juli en oktober. De natste maand is augustus met 81 mm, de droogste maand is februari, in deze maand valt gemiddeld 39 mm. In de zomer zorgen de soms stormachtige winden uit het westen voor verkoeling. De winters zijn gematigd als gevolg van een golfstroom uit het westen die de kou tempert. Denemarken heeft over het algemeen meer uren zon dan in Nederland (ca. 10%!). Het Deense weer is veranderlijk, maar nooit extreem. April en mei zijn mild. De maanden juni, juli en augustus zijn over het algemeen warm (gem. 16,6˚C). Een typische Deense zomer heeft wisselend periodes met regen en periodes met zon. De lentemaanden zijn aangenaam, maar koeler. De winter maanden zijn koel en soms koud, een lichte sneeuw is normaal. Februari is de koudste maand van het jaar met een gemiddelde temperatuur van –0,4˚C.

Denemarken produceert voedsel voor ongeveer 15 miljoen mensen (drie maal de behoefte van Denemarken), 2/3 wordt geëxporteerd. Ondanks de belangrijke rol van de landbouw in Denemarken werken er maar 96.000 mensen ofwel 3% van het totaal aantal werkende mensen in Denemarken in de landbouw. Denemarken heeft zo’n 42.000 agrarische bedrijven, in 1950 lag dit aantal nog op 200.000 bedrijven. De gemiddelde omvang van de agrarische bedrijven is de laatste 10 jaar gestegen van 21 naar 65 ha. De gemiddelde leeftijd van de Deense boer ligt op 52 jaar.

MelkveehouderijDenemarken is een zuivelland dat net als Nederland veel zuivel exporteert. Het landelijk melkquotum heeft een omvang van 4,6 miljard kg (Nederland 11 miljard kg). De export van de zuivelproducten gebeurt voor een groot deel naar de EU (Duitsland 20%, Groot Brittanië 15%). Alle melkveehouders kunnen via de quotumbeurs quotum kopen. Er worden vier beursronden per jaar gehouden. De prijs wordt vastgesteld door het gemiddelde van vraag en aanbod te bepalen. Van alle transacties wordt 1% afgeroomd ten behoeve van starters. Alle transacties buiten de beurs om worden met 50% gekort. Om overproductie van mest in concentratie gebieden te voorkomen, geldt voor de Deense landbouw dat er een evenwicht moet heersen tussen het aantal dieren op het bedrijf en het aantal hectares. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende diersoorten, de hoeveelheid dieren en het aantal hectares in eigendom. Men moet 30% van de benodigde grond in eigendom hebben. De rest van de mest kan men via pacht of mestafzetafspraken kwijt. Alle veehouders moeten een bouwplan inleveren bij het plantdirektorat. Hierin worden de teelten per perceel aangegeven met daarbij de geplande bemesting. De landbouwvereniging berekent vervolgens de hoeveelheid kunstmest die men mag strooien, rekening houdend met een stikstofbenutting van 45% uit drijfmest. In de maanden van oktober t/m januari geldt een uitrij verbod van mest. De opslagcapaciteit van mest is voor bestaande bedrijven 7 maanden en voor nieuwbouw geldt een opslagcapaciteit van 9 maanden. Van oudsher zijn in Denemarken de bedrijven op de kavel gebouwd, zodat de meeste “oorspronkelijke” grond rond de gebouwen ligt. De Denen zijn van oorsprong akkerbouwers, die vee zijn gaan houden om hun gewassen te voeren en het stro te gebruiken. Nog steeds wordt er veel akkerbouw bedreven in Denemarken, men ziet dan ook zeer veel granen in Denemarken. Verder wordt er in Denemarken maïs verbouwd. De opbrengsten zijn ongeveer 80% van die in Nederland, in Denemarken wordt over het algemeen extensiever geboerd dan in Nederland. De grondsoorten variëren van lichte zandgrond tot kleigrond. De lichtere zandgronden zal men in het algemeen in de periode juli/augustus moeten beregenen, daar deze maanden vaak warm en droog zijn.