Familie van Wilgen sinds 7 jaar in het Duitse Hasselbach

Alles gaat hier een stuk soepeler
boerderij van wilgen

Telegraaf is in begin januari 2020 op bezoek geweest bij onze klanten familie van Wilgen. Zij emigreerden in 2013 naar Rheinland Pfalz.

Zeven jaar geleden verruilde het gezin Van Wilgen het Gelderse rivierenlandschap voor het Duitse Westerwald. Hun koeien leven er te midden van bosrijke natuur, maar beklemmende stikstofregels zijn er niet. „Alles gaat een stuk soepeler”, zegt de melkveehouder. Als hij af en toe terug is in Nederland denkt hij: „Alles is zo druk en volgebouwd, hoe heb ik hier ooit kunnen wonen?”

Het was de bekende druppel. De aanwijzing, ruim tien jaar geleden, van het Natura2000-gebied Zuiderlingedijk & Diefdijk Zuid. Op slechts honderdvijftig meter afstand van hun boerderij in het Gelderse Vuren. „Al jaren dachten Ingrid en ik over emigratie. We droomden over die ene plek met veel ruimte in het buitenland. Maar toen dat natuurgebied officieel werd ingetekend, dacht ik meteen: ’Misschien is nu de tijd wel gekomen’.”

Niet dat werd gezegd dat ze moesten opkrassen. Integendeel. ’Een grondgebonden melkveebedrijf, meneer? Nee, dan heeft u niets te vrezen. Dit zal u op geen enkele manier raken’, vertelden ambtenaren op een informatieavond. „Maar ik had er direct een slecht gevoel bij”, vertelt Frans van Wilgen in zijn nieuwe woning op een heuveltop in Rijnland-Palts. Uitkijkend over weilanden en bos mag hij dankbaar zijn dat hij op zijn gevoel vertrouwde: inmiddels staat elk veebedrijf in Nederland rond Natura2000-gebieden op slot.

Stikstof? Geen Duitser die erom maalt. Zonder al te veel gedoe kon het gezin, dat bestaat uit drie kinderen (Rick 15, Bram 13 en Merel 9), een nieuwe stal bouwen bij het dorpje Hasselbach. Het ligt niet ver van het Ruhrgebied waarvan de stikstof richting Nederland blaast. Honderdvijftig melkkoeien en jongvee leven er tussen de uitlopers van het Westerwald, een bebost laaggebergte dat drie keer zo groot is als de Veluwe. Hier geen dwingende Brusselse natuureisen, geen verordeningen van rechters, noch protestacties van milieuorganisaties.

Ammoniak

„Alles gaat een stuk soepeler”, zegt Van Wilgen aan de eettafel terwijl dochter Merel haar Duitse huiswerk maakt. Alles is liefde van Bløf klinkt door de kamer en de boer drinkt uit een Douwe Egberts mok. „In Nederland moet je mest injecteren onder de grond. Hier mag het gewoon over het land. Ook de toegestane uitrijperiodes zijn langer.” En van ammoniakarme stallen, die in Nederland de uitstoot van deze stikstofverbinding moeten bestrijden, heeft men nog nooit gehoord.

fam van Wilgen gezin.jpg
familie van Wilgen

Emigratie en boeren horen bij elkaar. Het hoogtepunt lag begin jaren vijftig toen talloze agrariërs, samen met honderdduizenden andere Nederlanders, vertrokken naar Australië, Nieuw-Zeeland en Canada. Op zoek naar een betere toekomst. Toch is het fenomeen nooit weggeweest, al ging het aantal vertrekkende boerenfamilies als een golfbeweging op een neer. Het vormt een spiegel voor het vertrouwen dat de ondernemers in Nederland hebben als toekomstland voor zichzelf en hun kinderen, als bedrijfsopvolgers.

De stikstofcrisis geeft boeren nu opnieuw een zetje in de rug. Emigratieavonden van makelaardij Interfarms werden de afgelopen dagen drukbezocht. Een andere specialist verwacht zelfs een verdubbeling van het aantal boeren dat vertrekt. Maar anders dan vroeger is Canada niet langer het beloofde land dat de meeste Nederlandse boeren ontvangt. „Duitsland”, zegt Interfarms-directeur Frits Bennink, „is tegenwoordig het populairst.”

Droom

Canada is te ver weg, wist boerin Ingrid meteen. „Dan kun je niet even terug voor een verjaardag”, zegt ze. Dus zocht het echtpaar in Duitsland. De kinderen waren nog klein en vonden het wel spannend. „Ik zei altijd: ’Papa wil een witte kentekenplaat op de auto’, en dat was reden genoeg”, lacht Van Wilgen. Na de nodige omzwervingen kwam men steeds weer terug op Rijnland-Palts. Mooie heuvels, betaalbare grond, en nog geen vier uur rijden van Utrecht.

Van Wilgen droomde altijd al van 100 hectare grond. Maar in Vuren bleek het schier onmogelijk hun 40 hectare uit te breiden. „Alle grond die beschikbaar kwam, werd voor hoge prijzen opgekocht.” In Hasselbach startten ze met 105 hectare. Inmiddels bewerkt de familie er 225, waarvan een deel gehuurd. „Het loopt een beetje uit de hand”, glimlacht de boer. Maar hij kan er wél al zijn mest kwijt. En vorig jaar kreeg hij de prijs voor beste brouwgerst van de deelstaat.

Nou willen sommige emigranten wel kruipend terug naar Holland. Niet elke poging om elders een gezond bedrijf op te zetten, slaagt. Hylke Speerstra schreef er in 1999 de klassieker ’Het Wrede Paradijs’ over. En in Canada bezong Fred Eaglesmith (eigenlijk Elgersma) de eenzaamheid en tragiek van het moeizame boerenbestaan van zijn Friese familie in zijn eerste muziek. Sociale media maakten de wereld kleiner, maar de uitdaging niet.

Pijnlijk

„Die eerste maanden, nee, de eerste jaren was ik overal brandjes aan het blussen”, zegt Van Wilgen. „Alle routine was weg. Een nieuwe veearts, een nieuwe stal, een nieuwe school, een nieuwe bank. Alles kostte aandacht. De simpelste dingen: waar koop ik een hamer?” De allereerste dag begon ook voor de kinderen pijnlijk. Voor het uitladen van de koeien werden fietsen en skelter voor het gemak even langs de weg gezet. Helaas. Van een afstandje moest het drietal toezien hoe een busje ze doodleuk inlaadde en meenam.

„We hebben nog het geluk dat de oude eigenaar van de boerderij, Herr Vogel, ons helpt en begeleidt. Al was het maar voor de integratie. Zo weet ik dankzij hem dat Goede Vrijdag een zeer belangrijke vrije dag is in Duitsland. Als je op die dag stront uitrijdt dan maak je echt geen vrienden. Onbedoeld joegen genoeg Nederlandse migranten zo de gemeenschap tegen zich in het harnas. Zonder Herr Vogel had ik die fout ook kunnen maken.”

fam van Wilgen.jpg
Frans van Wilgen

Nederlands is de voertaal in huis. Als het Nederlands elftal wint, dragen Merel en Bram hun Oranje tenue naar voetbaltraining. Maar in de stal klinken vaker Duitse vaktermen. „Ik kan best een aardig woordje Duits inmiddels. Maar het gaat wel eens fout”, zegt de boer. Laatst belde hij de doktersassistente voor een bijholteontsteking. „In de spreekkamer zei de arts ineens: ’Nou, laat uw broek maar zakken’. Bleek dat ze ’bijbalontsteking’ had begrepen.”

Moet Nederland treuren om agrarische emigratie? Volgens landbouwspecialist Cor Pierik van het CBS niet. Al wijst hij erop dat het wel ’vooral echte ondernemers’ zijn die vertrekken. „Maar de Nederlandse landbouwproductie merkt het niet als er jaarlijks honderd boeren weggaan. Afgelopen jaar is de landbouwexport opnieuw gegroeid, tot ruim 94 miljard euro. Minder boeren op minder land leveren een steeds grotere productie in Nederland.”

Impuls

De emigrerende Nederlandse boer geeft op zijn beurt een impuls aan zijn nieuwe woonland. Pierik: „Ze nemen kennis mee en het streven naar een hoge productie.” Als cijferliefhebber zou de CBS’er smullen van een ander getal, dat hij helaas nooit boven water kreeg: „De totale landbouwproductie van alle geëmigreerde Nederlandse boeren bij elkaar, en het aandeel in hun woonland, dat moet toch ook indrukwekkende getallen opleveren”, mijmert de CBS’er.

Ter ere van de Berlijnse landbouwbeurs Grüne Woche klinkt op de Duitse radio het Kritischer Agrarbericht. Een actiegroep klaagt over wat er allemaal schort aan het werk van Deutsche Bauern. „Het is net als in Nederland”, zegt Van Wilgen.

„Duitse tv informeert niet, ze voedt op. En men probeert elkaar links in te halen. Als je vanwege die kritiek Nederland verlaat, moet je niet naar Duitsland. Ook hier kan ik me niet opsluiten op mijn bedrijf. Maar ruimte om te boeren is er wel.”

Meer respect

Het natuurgebied langs de Linge, dat werd uitverkoren tot Natura2000-gebied, ontstond ooit dankzij de voorouders van Van Wilgen. Ook boeren. „Zij legden die dijken aan om Holland tegen overstromingen te beschermen. Toen zijn die rietlanden verrezen.” Dat desondanks boeren nu mogen vluchten voor Europees natuurbeleid vindt Van Wilgen wel een parlementaire enquête waard. Sowieso ervaart hij van Duitse ambtenaren meer respect.

Als de heimwee toeslaat, dan rijdt boerin Ingrid gewoon terug naar Leerdam. ’Om eventjes de stad in te lopen’. Voor satésaus en leverworst. Boer Frans gaat niet zo vaak meer mee. „Telkens als ik terug ben in Nederland, dan denk ik: „Alles is zo druk en volgebouwd, hoe heb ik hier ooit kunnen wonen?”